De spelers, de wissels en de uitrusting
Een team heeft niet meer dan elf spelers in het veld, van wie er een de doelverdediger is; onder de zeven mag een wedstrijd niet beginnen en niet doorgaan. Bij een wissel verlaat de speler het veld bij het dichtstbijzijnde punt van de lijn, binnen tien seconden, en komt de invaller er pas in bij de middenlijn na een teken. De uitrusting bestaat uit een shirt met mouwen, een korte broek, kousen, scheenbeschermers en schoeisel.
Elf, en een van hen staat in het doel
Elf veldspelers zonder iemand in het doel mag niet. Minder dan elf mag wel: staat een team met negen man klaar, dan begint de wedstrijd gewoon en mogen de laatkomers erbij als ze op het wedstrijdformulier stonden. Een verwijderde speler krijgt na de aftrap geen vervanger. Zakt een team door rode kaarten naar zes, dan is de wedstrijd afgelopen.
Hoeveel wissels
Dat staat in het competitiereglement, met vijf als bovengrens in officiële competities. Daarnaast mag een competitie de extra wissel bij een hersenschudding toestaan: heeft een speler een hersenschudding, of vermoedt de verzorger dat, dan mag het team hem wisselen, ook als het al door zijn wissels heen is; hij speelt die wedstrijd niet meer mee, en het andere team krijgt ook een extra wissel. Bij de jeugd, de veteranen, het G-voetbal en de laagste niveaus mag het reglement toestaan dat een gewisselde speler later weer invalt.
De wissel in vijf stappen
- De namen van de wisselspelers zijn voor de wedstrijd bij de scheidsrechter bekend.
- De scheidsrechter weet van de wissel voordat die plaatsvindt.
- De speler die eruit gaat, verlaat het veld bij het dichtstbijzijnde punt van de doellijn of de zijlijn.
- Hij doet dat binnen tien seconden nadat het teken is gegeven; de scheidsrechter mag de laatste vijf seconden zichtbaar aftellen.
- De invaller komt er pas in bij de middenlijn, tijdens een onderbreking, nadat de ander eraf is en na een teken.


Haalt de speler die tien seconden niet, dan moet hij er alsnog af, maar mag de invaller het veld nog niet in: het team speelt met een man minder, tot de eerste onderbreking nadat een minuut is verstreken. De wissel staat vast en kan niet worden geannuleerd. Een gele kaart hoort er alleen bij bovenmatige vertraging bij. Voor een doelverdediger is het andersom: zijn vervanger mag er meteen in, omdat een team altijd een doelverdediger moet hebben, en hijzelf krijgt geel. Van plaats wisselen met de doelverdediger mag alleen tijdens een onderbreking en nadat de scheidsrechter het weet.
De aanvoerder
Elk team heeft een aanvoerder in het veld, herkenbaar aan een armband. Volgens de spelregels heeft hij geen speciale status en geen extra bevoegdheid, en hij kan dus geen beslissing terugdraaien. Wat hij wel heeft, is een mate van verantwoordelijkheid voor het gedrag van zijn team, en met de richtlijnen Alleen de aanvoerder is hij degene die de scheidsrechter benadert.
De uitrusting
Vijf verplichte onderdelen: een shirt met mouwen, een korte broek, kousen, scheenbeschermers die helemaal onder de kousen zitten, en schoeisel. Raak je per ongeluk een schoen of een scheenbeschermer kwijt, dan herstel je dat uiterlijk de eerstvolgende keer dat de bal uit het spel gaat; scoor je in die seconden, dan telt dat doelpunt. Je draagt niets wat gevaarlijk is. Nieuw dit seizoen: accessoires mogen zolang ze niet gevaarlijk zijn en veilig en stevig zijn bedekt; vindt de scheidsrechter iets wel gevaarlijk, dan moet het eraf en helpt afplakken niet. Handschoenen, een sportbril, hoofdbedekking en zachte beschermers mogen. Op de kleding staan geen politieke, religieuze of persoonlijke leuzen, ook niet op een ondershirt.
Situaties op het veld
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Een invaller loopt het veld in terwijl de speler die hij vervangt er nog op staat; de scheidsrechter onderbreekt het spel.
Waarschuwing voor de invaller en een indirecte vrije schop op de plek waar de bal was.
Een speler die wordt gewisseld, slentert diagonaal naar de bank en is na vijftien seconden nog op het veld.
Hij moet er alsnog af, maar de invaller mag er pas in bij de eerste onderbreking nadat een minuut is verstreken. Zijn team speelt die minuut met een man minder.
Twee spelers wisselen midden in het spel van plaats met hun doelverdediger, zonder het te melden.
De scheidsrechter laat doorspelen en waarschuwt beide spelers bij de eerstvolgende onderbreking.
Veelgestelde vragen over spelers en wissels
Mag een wedstrijd beginnen met negen spelers?
Ja. De ondergrens is zeven; onder de zeven mag een wedstrijd niet beginnen en niet doorgaan.
Mag je met een sieraad spelen als het is afgeplakt?
Alleen als de scheidsrechter het niet gevaarlijk vindt en het veilig en stevig is bedekt. Vindt hij het wel gevaarlijk, dan moet het af; afplakken helpt dan niet.
Welke kleur mag een ondershirt hebben?
De kleur van de mouwen van het shirt. Een slidingbroek heeft de kleur van de korte broek.