VOETBAL 58 — Leer en Speel

De wedstrijd: van de toss tot de strafschoppenserie

Een wedstrijd bestaat uit twee helften van 45 minuten plus de tijd die verloren ging, met een rust van hoogstens 15 minuten. Uit een aftrap kun je rechtstreeks scoren en de bal hoeft niet eerst vooruit. De bal is pas uit als hij geheel over de lijn is. Een doelpunt telt als de bal geheel over de doellijn is, tussen de palen en onder de lat, en het scorende team onderweg geen overtreding maakte. Bij gelijkspel bepaalt het competitiereglement wat er volgt.

De tijd

Korter dan 45 minuten mag alleen als de scheidsrechter en beide teams dat voor de wedstrijd afspreken en het competitiereglement dat toestaat; de scheidsrechter mag een helft niet inkorten omdat het regent of de stand vaststaat. In elke helft telt hij de verloren tijd bij: wissels, blessures, tijd rekken, kaarten, een drinkpauze, het vieren van een doelpunt. Die extra tijd mag langer worden als er opnieuw tijd verloren gaat, nooit korter. Krijgt een team vlak voor het einde een strafschop, dan loopt de helft door tot die is afgelopen.

De toss en de aftrap

Wie de toss wint, kiest het doel voor de eerste helft of neemt de aftrap; de tegenstander krijgt het andere. Het team dat de kant koos, trapt af in de tweede helft, en na elk doelpunt trapt de tegenstander van het scorende team af. De bal ligt stil op de middenstip, iedereen staat op de eigen helft behalve de nemer, de tegenstanders blijven buiten de middencirkel, en de bal is in het spel zodra hij is getrapt en duidelijk beweegt. Raakt de nemer de bal nog een keer voordat een ander hem raakte, dan is het een indirecte vrije schop.

Twee tekeningen naast elkaar. Links de aftrap: de bal op de middenstip, alle spelers van beide teams op de eigen helft, de tegenstanders buiten de middencirkel en alleen de nemer met een voet over de middenlijn. Rechts de scheidsrechtersbal: de scheidsrechter laat de bal vallen voor een speler van het team dat balbezit zou hebben gekregen, alle andere spelers op minstens vier meter afstand, en een pijl naar de grond met het bijschrift dat de bal pas in het spel is als hij de grond raakt
Links de aftrap, rechts de scheidsrechtersbal: voor één speler, de anderen op vier meter, in het spel zodra de bal de grond raakt.

In en uit het spel

De bal is uit als hij geheel over de doellijn of de zijlijn is, over de grond of door de lucht. Ligt er nog een stukje bal boven de lijn, dan is hij in het spel. Komt de bal terug van een doelpaal, de lat of een hoekvlaggenstok, dan blijft hij in het spel. Raakt de bal de scheidsrechter en kan een team daardoor een veelbelovende aanval beginnen, gaat de bal rechtstreeks in het doel of wisselt het balbezit, dan volgt een scheidsrechtersbal. Raakt een wisselspeler of een teamofficial een bal die duidelijk het veld verlaat, dan krijgt de tegenpartij een indirecte vrije schop.

Het doelpunt

Drie panelen over het doelpunt. Van voren: een doel met drie ballen, een erin met een vinkje, een boven de lat en een naast de paal met een kruisje. Van boven, sterk vergroot: de doellijn als witte band met een rode stippellijn aan de buitenkant en de bal in drie standen, waarvan alleen de derde er geheel overheen is. Van opzij: dezelfde drie standen op de doellijn met de uitkomst geen doelpunt, geen doelpunt, doelpunt
Van voren, van boven en van opzij: alleen de bal die met zijn volle omvang over de doellijn is, is een doelpunt.

Geheel is letterlijk geheel: ligt er nog een millimeter bal boven de lijn, dan gaat het spel door. Van opzij lijkt een bal er vaak al over terwijl dat niet zo is. Gooit een doelverdediger de bal met zijn handen rechtstreeks in het doel van de tegenpartij, dan is dat geen doelpunt maar een doelschop; trapt hij hem erin, dan telt hij wel. Wijst de scheidsrechter naar de middenstip terwijl de bal er niet geheel over was, dan mag hij daarop terugkomen zolang het spel niet is hervat, en gaat het verder met een scheidsrechtersbal.

Gelijkspel en de strafschoppenserie

Het team dat het vaakst scoorde, wint; anders is het gelijkspel. Moet er toch een winnaar komen, dan bepaalt het competitiereglement hoe: uitdoelpunten, een verlenging van twee periodes van hoogstens 15 minuten, een strafschoppenserie of een combinatie. De serie is geen onderdeel van de wedstrijd: wie rood kreeg, doet niet mee, en gele kaarten gaan niet mee de serie in. De scheidsrechter tosst om het doel en om wie begint. Alleen wie aan het einde op het veld stond, komt in aanmerking; een team met meer spelers brengt het aantal terug tot dat van de tegenstander. Vijf per team, om en om; de serie stopt zodra een team niet meer kan worden ingehaald, en gaat bij gelijke stand door tot er na een gelijk aantal schoppen een verschil is. Elke strafschop neemt een andere speler tot iedereen is geweest. Iedereen wacht in de middencirkel, behalve de nemer en de twee doelverdedigers.

Situaties op het veld

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

De bal gaat uit de aftrap rechtstreeks in het doel van de tegenpartij.

Doelpunt. Dat de bal eerst vooruit moet, is een regel die al jaren niet meer bestaat. Gaat hij rechtstreeks in het eigen doel, dan is het een hoekschop.

De bal komt van de doelpaal terug het veld in; een verdediger pakt hem op omdat hij denkt dat de bal uit was.

Hands, directe vrije schop; in het eigen strafschopgebied een strafschop. De bal blijft in het spel na een paal, een lat of een hoekvlaggenstok.

De verdedigende doelverdediger pareert in de verlengde tijd een strafschop het doel in.

Doelpunt. De doelverdediger is de enige die de bal mag raken zonder dat de verlengde helft eindigt.

Veelgestelde vragen over de wedstrijd

Mag de scheidsrechter de extra tijd inkorten?

Nee. Er mag tijd bij als er opnieuw tijd verloren gaat; inkorten mag niet. Een fout met de tijd in de eerste helft repareert hij niet in de tweede.

Wie krijgt de bal bij een scheidsrechtersbal?

Lag de bal in een strafschopgebied, dan de doelverdediger van dat team. Anders een speler van het team dat de bal zou hebben gehouden of gekregen; is dat niet duidelijk, dan het team dat hem het laatst raakte.

Mag iemand in de strafschoppenserie twee keer nemen?

Pas als alle spelers die in aanmerking komen een keer hebben genomen.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Zie aan de stand van de bal of er nog gespeeld wordt, en weet wat er bij een gelijkspel volgt. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid langs de lijn of op het veld, en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten

Tien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.