VOETBAL 58 — Leer en Speel

De inworp, de doelschop en de hoekschop

Gaat de bal over een zijlijn, dan volgt een inworp voor het team dat hem niet het laatst raakte. Gaat hij over een doellijn zonder doelpunt, dan is het een doelschop als een aanvaller hem het laatst raakte en een hoekschop als een verdediger dat deed. De bal is pas uit als hij er geheel overheen is. Bij alle drie is er geen buitenspel als je de bal rechtstreeks krijgt, en mag de nemer de bal pas weer spelen nadat een ander hem heeft geraakt.

De inworp

De inworp is de enige hervatting waarbij de spelregels je techniek voorschrijven. Op het moment dat je gooit, geldt alle drie tegelijk: je staat met de voorzijde van je lichaam naar het veld, je hebt van elke voet een deel op of achter de zijlijn op de grond, en je gooit met beide handen van achter en over je hoofd. Je gooit vanaf de plek waar de bal het veld verliet. Tegenstanders blijven minstens twee meter van die plek. De bal is in het spel zodra hij het veld in is; raakt hij de grond voordat hij binnen is, dan gooi je opnieuw. Gooi je fout, dan gaat de inworp naar de tegenpartij. Rechtstreeks scoren uit een inworp kan niet: in het doel van de tegenpartij is het een doelschop, in je eigen doel een hoekschop.

De doelschop

De bal ligt stil op een willekeurig punt binnen het doelgebied en een speler van de verdediging trapt hem; dat hoeft niet de doelverdediger te zijn. Tot de bal is getrapt en duidelijk beweegt, blijven alle tegenstanders buiten het strafschopgebied. Stond er een tegenstander nog binnen omdat hij geen tijd had om eruit te komen, dan laat de scheidsrechter doorspelen; raakt hij de bal voordat die in het spel is, dan wordt de doelschop overgenomen. Rechtstreeks scoren kan, alleen in het doel van de tegenpartij.

De hoekschop

Je krijgt een hoekschop als een verdediger de bal het laatst raakte voordat hij over de eigen doellijn ging, als de doelverdediger de bal langer dan acht seconden vasthield, en als de tegenpartij de doelschop rekte. De bal ligt stil binnen de kwartcirkel aan de kant waar hij over de lijn ging; de hoekvlaggenstok blijft staan. De bal hoeft de kwartcirkel niet te verlaten, dus een korte tik naar een medespeler naast je is een geldige hoekschop. Tegenstanders blijven op 9,15 meter van het hoekschopgebied. Rechtstreeks scoren kan.

Drie tekeningen naast elkaar van hetzelfde veld: links een inworp bij de zijlijn met de werper achter de lijn en de tegenstanders op twee meter, midden een doelschop met de bal in het doelgebied en alle tegenstanders buiten het strafschopgebied, rechts een hoekschop met de bal in de kwartcirkel en de tegenstanders op 9,15 meter
Links de inworp met de tegenstanders op twee meter, in het midden de doelschop met iedereen buiten het strafschopgebied, rechts de hoekschop met de tegenstanders op 9,15 meter.

Nieuw dit seizoen: het aftellen

Rekt een team de inworp met opzet, dan fluit de scheidsrechter, wijst hij aan dat er gegooid moet worden en telt hij met een opgeheven hand vijf seconden zichtbaar af. Is de bal dan nog niet in het spel, dan gaat de inworp naar de tegenpartij. Bij een doelschop telt hij op dezelfde manier af, en daar is de straf zwaarder: is de bal er aan het eind niet uit, dan krijgt de tegenpartij een hoekschop. De scheidsrechter hoeft niet te wachten tot iemand de bal heeft opgepakt; hij mag al beginnen als je de bal langzaam gaat halen of hem steeds net verkeerd neerlegt. Ben je bezig de bal in te gooien als hij bij nul is, dan word je niet gestraft.

InworpDoelschopHoekschop
Wie neemt hemhet team dat de bal niet het laatst raaktede verdedigende partijde aanvallende partij
Waarwaar de bal de zijlijn passeerdeergens in het doelgebiedin de kwartcirkel aan die kant
Afstand tegenstanderstwee meterbuiten het strafschopgebied9,15 meter van het hoekschopgebied
In het spelzodra de bal het veld in isgetrapt en duidelijk in beweginggetrapt en duidelijk in beweging
Rechtstreeks scorenkan nietalleen bij de tegenpartijalleen bij de tegenpartij
Rekkenvijf seconden, dan inworp tegenvijf seconden, dan hoekschop tegengeen aftelling

Situaties op het veld

Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.

Een speler gooit in met één voet volledig binnen de lijn.

Inworp voor de tegenpartij. Van elke voet moet een deel op of achter de zijlijn staan.

De keeper neemt een doelschop terwijl een aanvaller nog in het strafschopgebied staat omdat hij er niet op tijd uit kon; de aanvaller onderschept de bal.

Doelschop overnemen. Had de aanvaller de bal niet geraakt voordat die in het spel was, dan had de scheidsrechter laten doorspelen.

Een team rekt een doelschop; de scheidsrechter telt af en de bal is bij nul nog niet getrapt.

Hoekschop voor de tegenpartij. Bij een inworp was het een inworp voor de tegenpartij geweest.

Veelgestelde vragen over de hervattingen

Mag een hoekschop kort worden genomen?

Ja. De bal hoeft de kwartcirkel niet te verlaten; zodra hij is getrapt en duidelijk beweegt, is hij in het spel.

Mag de nemer van een inworp de bal zelf meteen weer spelen?

Nee. Eerst moet een andere speler de bal raken; anders is het een indirecte vrije schop.

Mag je de hoekvlaggenstok even wegtrekken?

Nee. De vlaggenstok blijft staan, ook als hij in de weg staat.

Wil je meer dan alleen deze regel kennen?

Neem elke hervatting zo dat de scheidsrechter er niets over te zeggen heeft. Deze regel geeft antwoord op één situatie. Met de complete cursus begrijp je hoe spelregels, spelsituaties en beslissingen samenhangen. Zo sta je met meer zekerheid langs de lijn of op het veld, en voorkom je onnodige discussie.

De cursus, vanaf € 14,99 per speler

Bekijk de pakketten

Tien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de spelregels, de techniek en de tactiek van dat spel.