Hands: wanneer een bal tegen de arm een overtreding is
Hands is het in drie gevallen: de speler raakt de bal opzettelijk met zijn hand of arm, de bal raakt een hand of arm die het lichaam op onnatuurlijke wijze groter maakt, of de speler scoort rechtstreeks met zijn hand of arm, of meteen nadat de bal die raakte. Dat laatste is zelfs hands als het per ongeluk gebeurde. Een arm langs het lichaam waar de bal van dichtbij tegenaan knalt, is geen hands. De arm begint bij de onderkant van de oksel; de schouder is lichaam.
Waar de arm begint
Voor de spelregels loopt je arm tot aan de onderkant van je oksel. Alles daarboven, dus je schouder, is gewoon lichaam. Raakt de bal je schouder, dan is er geen sprake van hands. Precies die grens is de reden dat je op tv soms lijnen over een schouder ziet lopen.

De drie gevallen
- Opzet. De speler raakt de bal opzettelijk met zijn hand of arm, bijvoorbeeld door zijn hand of arm naar de bal te bewegen.
- Het lichaam onnatuurlijk groter. De bal raakt een hand of arm in een positie die niet volgt uit de beweging die het lichaam op dat moment maakt en er ook niet bij past. Wie zijn armen zo houdt, neemt het risico dat de bal ze raakt.
- Scoren met hand of arm. Rechtstreeks, of onmiddellijk nadat de bal de hand of arm raakte. Dit telt ook als het onopzettelijk was, en ook voor een doelverdediger die uit zijn hand scoort.
Wat wel mag
Een speler die zijn arm langs zijn lichaam heeft en van dichtbij onverwacht de bal tegen die arm krijgt, maakt geen overtreding. Een speler die zich afzet voor een sprong en zijn armen gebruikt om in balans te blijven, ook niet, zolang die armen doen wat bij die sprong hoort. Zodra de armen wijder gaan dan de beweging vraagt, kantelt het.
De doelverdediger
Buiten zijn eigen strafschopgebied gelden voor de doelverdediger precies dezelfde handregels als voor iedereen: speelt hij daar de bal met hand of arm, dan is dat een directe vrije schop. Binnen zijn eigen strafschopgebied mag hij de bal met de handen spelen, met twee grenzen die op de pagina over de terugspeelbal staan.
Waar de schop wordt genomen en welke kaart erbij hoort
Hands levert een directe vrije schop op, op de plek waar de bal de hand raakte, en niet waar de bal daarna naartoe rolde. In het eigen strafschopgebied is het een strafschop. Een kaart hoort erbij als de speler met hands een doelpunt of een duidelijke scoringskans ontnam: rood bij opzet, geel bij onopzettelijk hands in het eigen strafschopgebied, en geel bij hands om te proberen te scoren.
Situaties op het veld
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Een verdediger staat met de armen langs zijn lichaam; een schot van drie meter afstand knalt tegen zijn arm.
Doorspelen. Zijn arm maakte zijn lichaam niet groter en hij bewoog hem niet naar de bal.
Een verdediger springt in een kopduel met zijn armen wijd boven schouderhoogte en de bal raakt zijn arm, in zijn eigen strafschopgebied.
Strafschop. De armen stonden wijder dan de sprong vraagt en maakten het lichaam onnatuurlijk groter. Of er een kaart bij komt, hangt af van wat hij ermee ontnam.
Een aanvaller scoort; de bal raakte vlak daarvoor onbedoeld zijn eigen arm.
Geen doelpunt, directe vrije schop voor de verdediging op de plek van het contact. Scoren onmiddellijk nadat de bal je hand of arm raakte, telt nooit, ook niet per ongeluk.
Veelgestelde vragen over hands
Telt de bal tegen de schouder als hands?
Nee. De arm begint bij de onderkant van de oksel; de schouder is lichaam.
Is hands altijd een gele kaart?
Nee. Een kaart hoort er alleen bij als de speler er een doelpunt of een duidelijke scoringskans mee ontnam, of hands maakte om te proberen te scoren.
Mag de doelverdediger de bal buiten het strafschopgebied met zijn hand aanraken?
Nee. Buiten zijn eigen strafschopgebied is hij een gewone veldspeler: directe vrije schop.