Buitenspel: staan mag, meedoen niet
Buitenspel staan is geen overtreding. Je staat in buitenspelpositie als je op de helft van de tegenpartij dichter bij hun doellijn staat dan de bal én dan de voorlaatste tegenstander, op het moment dat een medespeler de bal speelt. Pas als je vanuit die positie actief meedoet, fluit de scheidsrechter: een indirecte vrije schop voor de tegenpartij. Hieronder staat de regel in acht stappen, met bij elke stap één tekening.
1. De buitenspelpositie
Twee dingen moeten allebei gelden. Je staat met je hoofd, je lichaam of je voeten op de helft van de tegenpartij. En je staat daarmee dichter bij de doellijn van de tegenpartij dan de bal én dan de voorlaatste tegenstander. Op de tekening loopt een stippellijn door die voorlaatste tegenstander: de buitenspellijn op dat ene moment.

2. Gelijk is goed
Sta je precies gelijk met de voorlaatste tegenstander, dan sta je niet in buitenspelpositie. Gelijk met de laatste twee ook niet. Scheidsrechters hanteren als uitgangspunt dat bij twijfel de aanvaller het voordeel krijgt.

3. Armen tellen niet mee
Alleen je hoofd, je lichaam en je voeten tellen. Je handen en armen niet, en dat geldt voor iedereen, ook voor de doelverdedigers. Daarom loopt de lijn op tv langs een schouder en nooit langs een hand.

4. Voorbij de verdediger, maar niet voorbij de bal
Let op het woordje én. Sta je voorbij de voorlaatste tegenstander maar ligt de bal verder naar voren, dan sta je niet buitenspel. Daarom mag terugleggen altijd, hoe dicht bij het doel je ook staat.

5. Op je eigen helft nooit
Buitenspel bestaat alleen op de helft van de tegenpartij. De middenlijn telt daarbij niet mee: met een voet op die lijn ben je nog niet op de andere helft.

6. Het moment van de pass
Je beoordeelt de positie op het moment dat een medespeler de bal speelt of raakt. Niet als jij hem aanneemt, en niet als de verdediger zich omdraait. Sta je bij de pass goed en sprint je daarna langs de verdediging, dan is er niets aan de hand. Andersom ook: sta je bij de pass een schouder te ver en loop je terug om de bal op te halen, dan blijft het buitenspel. Bij een pass telt het eerste contact; gooit de doelverdediger de bal, dan telt het moment dat de bal zijn hand verlaat.

7. Staan mag, meedoen niet
Vanuit buitenspelpositie word je alleen bestraft als je actief betrokken raakt. Dat kan op drie manieren. Je speelt of raakt de bal die een medespeler speelde. Je beïnvloedt een tegenstander: je blokkeert duidelijk zijn gezichtsveld, je valt hem aan in de strijd om de bal, je probeert duidelijk een bal in de buurt te spelen, of je maakt een actie die duidelijk invloed heeft op zijn mogelijkheid om de bal te spelen. Of je trekt voordeel: je speelt een bal die terugkomt van een doelpaal, de lat, een wedstrijdofficial of een tegenstander, of die een tegenstander bewust heeft gered.

Speelt een tegenstander de bal bewust naar je, met controle en de keuze om hem weg te werken, dan heft dat het buitenspel op. Dat blijft zo als zijn actie mislukt: een verdediger die de bal rustig weg wil koppen en hem verkeerd raakt, heeft hem bewust gespeeld. Een bewuste redding heft het buitenspel niet op.
8. Drie hervattingen zonder buitenspel
Krijg je de bal rechtstreeks uit een doelschop, een inworp of een hoekschop, dan is er geen buitenspel, ook al stond je in buitenspelpositie. Speelt daarna een medespeler de bal, dan geldt de regel weer gewoon.

De straf
Strafbaar buitenspel levert een indirecte vrije schop op voor de tegenpartij, op de plaats waar de speler actief betrokken raakte. Dat kan ook zijn eigen helft zijn: speel je de bal na een terugloop over de middenlijn, dan ligt de bal daar ook.
Situaties op het veld
Wat is de juiste beslissing? Klik op een situatie voor het antwoord.
Een aanvaller staat buitenspel, laat de bal bewust lopen en blokkeert niemands zicht. Een medespeler uit een goede positie speelt de bal en scoort.
Doelpunt. Buitenspel staan is op zichzelf geen overtreding; de aanvaller greep niet in en beïnvloedde geen tegenstander.
Een schot komt van de doelpaal terug bij een aanvaller die bij het schot in buitenspelpositie stond. Hij schiet binnen.
Indirecte vrije schop voor de verdediging, op de plek waar hij de bal speelde. Een bal die van paal, lat, official of tegenstander terugkomt, heft het buitenspel niet op: dat is voordeel trekken.
Een verdediger ziet een rustige bal goed aankomen, wil hem wegkoppen en raakt hem verkeerd. De bal komt bij een aanvaller die in buitenspelpositie stond, en die scoort.
Doelpunt. De verdediger had controle en de keuze om de bal weg te werken, dus hij speelde hem bewust; dat de kopbal mislukte, verandert daar niets aan.
Veelgestelde vragen over buitenspel
Staat de aanvaller buitenspel als alleen de doelverdediger nog voor hem staat?
Meestal wel: dan staat hij voorbij de voorlaatste tegenstander. Maar staat de doelverdediger ver uit zijn doel en staan er nog twee verdedigers op een lijn, dan telt de doelverdediger gewoon mee en kan de aanvaller gelijk staan met de laatste twee.
Mag een speler in buitenspelpositie een tegenstander in de weg lopen?
Nee. Loopt hij in de weg van een tegenstander en beïnvloedt hij diens beweging naar de bal, dan is dat strafbaar. Blokkeert hij hem echt, dan is het geen buitenspel maar een gewone overtreding.
Wat als er een overtreding wordt gemaakt op een speler in buitenspelpositie?
De volgorde beslist. Beweegt hij naar de bal en wordt er een overtreding op hem gemaakt voordat hij de bal speelt, dan bestraft de scheidsrechter die overtreding. Speelt hij de bal al of gaat hij een duel aan, dan bestraft hij het buitenspel, want dat was er eerder.
Waarom vlagt de grensrechter en fluit de scheidsrechter niet?
De assistent geeft aan wat hij ziet; de scheidsrechter beslist. Fluit hij niet, dan is er geen buitenspel.